Overgenomen met toestemming van www.ser.nl, waarvoor onze dank.
|
“De mentaliteit in Finland is anders dan hier” “Poldermodel is voor Finse politici een toverwoord.” Dat was nog maar drie jaar geleden de kop boven een interview met Merimari Kimpanpää in het SER-bulletin. Nu zijn de rollen omgedraaid en is Finland het voorbeeld voor Nederland. De in Voorburg wonende correspondente van het Finse zakenblad Talouselämä ziet vooral verschillen tussen beide landen. “Nederland wil te veel van alles een beetje” Mariek de Valk Merimari Kimpanpää woont al zeven jaar in Nederland. Ze merkt veel van de belangstelling voor het Finse model. Niet alleen vanuit Nederland, maar ook uit andere landen. |
“Het Finse model kun je niet zomaar kopiëren. Het gaat om een hele keten van
onderzoek en ontwikkeling en hoge opleidingen met innovatie als eindpunt. Daarin
schiet Nederland te kort, vindt ze. “Ik ben benieuwd of de huidige investeringen
resultaat zullen hebben. Het lijkt me te incidenteel, te eenmalig, te smal, te
beperkt. Want Nederland begint bij het eindpunt. In Finland is het beleid op het
hele traject gericht. Alles is gratis: het onderwijs, de bibliotheek en zelfs de
universiteiten. Ook de mentaliteit is in Finland anders. De waardering voor
leraren is er bijvoorbeeld veel groter. Leraar basisschool is er een van de
hoogst gewaardeerde beroepen, terwijl in Nederland wordt neergekeken op de Pabo.
Dat heeft echt niet alleen met de salariëring te maken.”
Finland gooide zo’n tien jaar geleden het roer helemaal om om zo de gigantische
economische depressie die het land al jaren teisterde het hoofd te bieden. De
recessie begon eind jaren tachtig en verergerde door de ineenstorting van de
Sovjet-Unie, de belangrijkste handelspartner van Finland. Oorzaken van de crisis
waren de snelle liberalisering van de kapitaalmarkt en de forse daling van de
onroerendgoedprijzen. De werkloosheid was dramatisch hoog: 18 procent van de
beroepsbevolking zat zonder werk.
Waar Nederland via het Akkoord van Wassenaar inzette op loonmatiging, koos
Finland voor economische vernieuwing via investeringen in onderwijs, onderzoek
en nieuwe technologie. Het idee was dat een hoog opgeleide bevolking kan zorgen
voor goed en vernieuwend onderzoek. In combinatie met ondernemerschap bood dat
de kans voor bestaande en nieuwe Finse bedrijven zich internationaal te meten
met de wereldtop.
De ommezwaai leverde succes op. Het Finse onderwijs is nu het beste van de
wereld, de bevolking is zeer hoog opgeleid en de uitgaven voor innovatie zijn in
vijftien jaar gestegen van 1,9 naar 3,6 procent. De economische groei behoort
tot de hoogste van Europa en het land staat op de tweede plaats in de
competitiveness index van het World Economic Forum.
Minpuntje is dat de werkloosheid nog steeds hoog blijft, zo’n 9 procent. De
werklozen zijn over het algemeen laag opgeleid en hebben weinig kans ooit nog
aan het werk te komen. Voor hen zijn er gratis ‘leven-lang-leren’-programma’s.
“De kracht van het Finse model is dat het zich op een afgebakend gebied richt”,
zegt Kimpanpää. “In Finland staat de technologie op nummer één. Nederland wil op
te veel gebieden tegelijk wat doen. Het wil van alles een beetje:
distributieland, landbouwexporteur en kennisland. Maar je kunt niet alles
tegelijk goed doen. Daar is geld en aandacht voor nodig.”
Finland heeft als voordeel ten opzichte van Nederland dat het weinig
niet-westerse allochtonen heeft, zegt Kimpanpää. “Het is een heel homogeen land.
Er wonen slechts 100-duizend buitenlanders in Finland, waarvan ongeveer de helft
niet-westers is. In Nederland heb je drie miljoen buitenlanders. Ik vind wel dat
Nederland meer de kansen van allochtonen zou kunnen benutten. Er moet meer
geïnvesteerd worden in het onderwijs aan buitenlanders. Ik vind het raar dat er
lang een taboe heeft gerust op het belang van het leren van de Nederlandse
taal.”
Finland streeft ernaar dat 70 procent van de bevolking hoger onderwijs volgt
of heeft gevolgd. Is dat niet te hoog gegrepen voor veel mensen? Of gaat men de
normen verlagen?
“Dit vind ik zo’n typisch Nederlandse vraag. Het is zó Nederlands om te denken
dat niet iedereen dat zou kunnen. De capaciteiten zijn er hier echt wel. Er is
veel onbenut talent, er gaan veel kinderen naar het vmbo. Ik kan niet geloven
dat die niet méér zouden kunnen. Met doorzettingsvermogen kom je een heel eind.
Het heeft niet allemaal met intelligentie te maken. Daarom moet je kinderen niet
te vroeg testen op hun IQ.”
Zijn Finnen innovatiever dan Nederlanders?
“Scandinaviërs staan misschien meer open voor nieuwe dingen, ze verzetten zich
minder tegen veranderingen. Ze blijken dan ook een goede testmarkt te vormen
voor nieuwe producten. Verder weet ik dat de Zweden de Finnen prijzen om de
goede samenwerking tussen onderzoekers en gebruikers en tussen publieke en
private partners. Onderzoek blijft niet hangen in stoffige kamertjes. Finland
scoort ook hoog als je kijkt naar het aantal verleende patenten. Op de
wereldranglijst staat het tweede, na Zweden. Als het gaat om hoogtechnologische
patenten staan we helemaal bovenaan. Typerend is volgens mij dat Finnen zich
goed kunnen losmaken uit bestaande denkkaders. Zo heb ik een oom die de motor
uit een wasmachine haalt en in een grasmaaier zet. Dan doet die grasmaaier het
weer.”
Het Finse model lijkt erg afhankelijk van het succes van Nokia. Critici zeggen
dat als Nokia omvalt, er van het Finse succesverhaal weinig overblijft.
Kimpanpää is het daar niet mee eens. “Het Finse model is meer dan alleen Nokia.
Door Nokia zijn bedrijven ontstaan die onderdelen maken voor Nokia. Dat is wel
risicovol, en daarom zijn deze bedrijven dan ook op zoek naar andere klanten.
Het is te simplistisch om het Finse model zo neer te zetten. Dat zou de andere
sectoren tekort doen: papier, informatietechnologie en halfgeleiders. Bovendien
wordt er gericht geïnvesteerd in andere sectoren, zoals de biotechnologie en de
nanotechnologie. Vergeleken met andere landen zijn er in Finland de meeste
starters in de biotechnologie.”
Is er nog iemand in Finland geïnteresseerd in het poldermodel?
“Er is niet zoveel belangstelling meer voor. Waar wel voor naar Nederland wordt
gekeken, is de discussie over euthanasie. Nederland is op dit punt heel
vooruitstrevend. Eigenlijk heeft Finland al sinds eind jaren zestig een soort
overlegeconomie, compleet met voor- en najaarsoverleg. Maar er is wel meer
conflict dan in Nederland, er zijn meer stakingen. De depressie van de jaren
negentig galmt nog na. Je kunt de angst nog steeds proeven. Het zijn soms grote
persoonlijke drama’s als het even minder gaat.”