De Finse volksstammen zijn waarschijnlijk afkomstig uit het gebied tussen de rivieren de Volga en de Oeral in Rusland. Het waren pelsjagers die zich in de eerste eeuwen van onze jaartelling via Estland in het huidige Finland vestigden (klik
hier voor een uitgebreid artikel over de prehistorie).
Rond de 8ste eeuw leefden ze als primitieve boeren in drie hoofdgebieden:
Suomi in het zuidwesten,
Häme in het midden en
Karelië in het oosten. In de 12de eeuw vestigden de Zweden de heerschappij over Finland, bekeerden met geweld de Finnen tot het christendom en maakten Finland tot een Zweedse provincie (1362). Door de banden met Zweden, dat bij de
Unie van Kalmar in 1397 met Denemarken en Noorwegen verenigd was, kwam Finland geleidelijk onder invloed van de Westerse beschaving, maar daarvoor werd het land ook tot betwist gebied in de oorlogen tussen Zweden en Rusland. Die oorlogen waren voor de Finnen een zware beproeving. Ze vertraagden de ontwikkeling van het platteland en decimeerden de bevolking. Pas rond 1750 begon het land zich te herstellen; de nieuwe welvaart en het verzet tegen de Zweedse overheersers vergrootten de Russische belangstelling voor Finland.
Bij de
vrede van Hamina (Frederiksham) in 1809 moest Zweden zijn gezag opgeven en gedurende meer dan een eeuw was Finland een constitutioneel geregeerd grootvorstendom binnen het Russische keizerrijk. de 19de-eeuwse veranderingen in de economie en de samenleving deden het nationalisme ontwaken en zorgden voor binnenlands onrust, die in het kielzog van de
Russische Revolutie culmineerde in een korte, maar bloedige burgeroorlog tussen de burgerlijke ('witte') en linkse ('rode') politieke partijen die aan 100.000 roden het leven kostte (zie ook onderaan de pagina m.b.t. het volkslied). Nadat al in 1917 de onafhankelijkheid was uitgeroepen, werd in 1919 de Finse Grondwet aangenomen en na langdurige onderhandelingen met de Geallieerden werd de republiek in 1920 erkend.
In de periode tussen de beide wereldoorlogen versnelde de opkomst van een Finssprekende middenklasse het ontstaan van een taalstrijd op de universiteiten met als kernpunt het gebruik van het Zweeds als onderwijstaal. Het geschil groeide uit tot een politiek twistpunt van de eerste orde, dat gedeeltelijk werd opgelost door wettelijke regelingen, maar veel meer door vergroting van economische kansen.
Gedurende heel hun geschiedenis zijn de Finnen zich bewust geweest van de strategische betekenis van het door hen bewoonde gebied en wel heel speciaal in de jaren die voorafgingen aan en onmiddellijk volgden op de Tweede Wereldoorlog. Opnieuw zag Finland zijn verworven vrijheden en zijn onafhankelijkheid bedreigd. Genoodzaakt de zijde te kiezen van ofwel de traditionele vijand (de Russen) of die van de weinig aanlokkelijke, maar machtige Duitsers, kozen ze voor een aanval op de traditionele vijand. Toen de vijandelijkheden beëindigd waren, had Finland van beide zijden zware klappen moeten incasseren. Hoewel Finland zich tijdens de
winteroorlog met de Sovjet-Unie in 1939-1940 blijvende roem verwierf, vroeg de voortzetting van die oorlog vanaf 1941 enorme offers. Toen de Duitse bondgenoten zich eind 1944 van hun basis op Fins grondgebied terugtrokken, pasten te op grote schaal de taktiek der
verschroeide aarde toe. Finland kwam uit de Tweede Wereldoorlog te voorschijn als een verslagen land met een geplunderde industrie en minder natuurlijk hulpbronnen. Meer dan 80.000 burgers waren gesneuveld en bijna 60.000 blijvend invalide geworden. Er waren een half miljoen vluchtelingen uit de vroegere provincies en de door de Duitsers aangerichte vernielingen moesten hersteld worden. Deze enorme problemen werden nog vergroot door de Russische eisen tot herstelbetalingen.
Zie ook Finland in de Tweede Wereldoorlog Juho Kusti Paasikivi, die in 1918 korte tijd minister-president was, aanvaardde dat ambt opnieuw in 1944, waarna hij in 1946 tot president verkozen werd. Met
Urho Kekkonen in zijn kabinet begon hij met de aanpak van de binnenlandse problemen. Deze moesten worden opgelost binnen het kader van de buitenlandse en de herstelbetalingen. Voor de regering ging het nationale belang boven alle partijpolitiek doelstellingen. De ernstige financiële moeilijkheden leidden echter tot inflatie en tot het uitbreken van stakingen. Het in 1948 gesloten Fins-Russische vriendschapsverdrag had als gevolg dat Finland de Marhsallhulp moest afwijzen. De Finse buitenlandse politiek heeft na WOII altijd moeten schipperen tussen enerzijds het volgen van een eigen, onafhankelijk koers, vooral gericht op het Westen, en anderzijds het handhaven van goede betrekkingen met de machtige buren uit het oosten. Dit vereiste een neutrale opstelling in veel internationale kwesties.
Door alle inspanningen was het volume van de buitenlandse handel niettemin aanzienlijk vergroot en die handel kreeg een forse injectie toen Finland in 1961 geassocieerd lid werd van de
EVA. Het associatieverdrag vormde ook de inleiding tot intensievere internationale samenwerking, toen later in dat decennium de Koude Oorlog in hevigheid afnam en de Sovjet-Unie meer gewend raakte aan de Finse politiek van
'actieve neutraliteit'.
Veelvuldige kabinetswisselingen waren een opvallend kenmerk van de jaren zeventig. In oktober 1981 legde de 81-jarige
Kekkonen (overleed in 1986) zijn ambt neer. Hij werd opgevolgd door
Mauno Koivisto. In 1983 werd het van 1948 daterende vriendschapsverdrag met de SU vernieuwd.
De zuivering van Moskougezinden uit de top van de Finse communistische partij in 1985 leidde tot problemen met Moskou. Na parlementsverkiezingen in 1987 kwamen de conservatieven voor het eerst sinds 20 jaar in de regering. President Koivisto werd in 1988 herkozen. Finland werd in 1989 het 23ste lid van de
Raad van Europa.
De economische ontwikkeling in de jaren tachtig verliep voorspoedig, beter dan in veel andere Europese landen. Door het ineenstorten van de Sovjet-Unie in 1991 viel een belangrijke afzetmarkt voor exportproducten weg. Samen met de internationale crisis van het begin van de jaren negentig leidde dit tot een diepe recessie in Finland. Het einde van de wereldmacht van de Sovjet-Unie betekende dat Finland makkelijker betrekkingen aan kon gaan met West-Europa. In 1992 werd het EG-lidmaatschap aangevraagd, en in 1995 trad Finland toe tot de Europese Unie. Met het oog op de politieke instabiliteit in Rusland werd begin jaren negentig besloten de defensie-uitgaven te verhogen. Met de
NAVO werd in 1994 een
Partnerschap voor Vrede aangegaan.
In 1991 was een coalitie van de Centrum Partij en de Conservatieven aan de macht gekomen, onder leiding van premier
Esko Aho. De sociaal-democraten bleven buiten de regering. In 1994 werd
Martti Ahtisaari tot president gekozen. Ondanks verbetering van de economische situatie in 1994, werd bij de parlementsverkiezingen van 1995 het beleid van het kabinet-Aho afgestraft en werden de sociaal-democraten weer de grootste partij. Hun leider
Paavo Lipponen vormde een brede coalitie met de Conservatieven, de Groenen, de Alliantie van Linkse partijen en de Zweedse volkspartij. Ondanks een nederlaag voor de partij van Lipponen in 1999, is de regering nauwelijks van samenstelling veranderd.
In 2000 waren de presidentsverkiezingen buitengewoon spannend. De race ging tussen Esko Aho, leider van de Agrarische Centrum Partij en Tarja Halonen, sociaal-democrate. Een tweede ronde bleek noodzakelijk en deze werd gewonnen door
Halonen. De opkomst was ongekend hoog: maar liefst 80% van de Finnen bracht een stem uit en verkozen daarmee de eerste vrouwelijke president in de geschiedenis van Finland.
Het jaar 2000 is overigens een belangrijk jaar geweest voor de Finnen. In dat jaar werd namelijk een nieuwe Grondwet van kracht, die een samenvoeging vormde van 4 verschillende teksten. Klik
hier om de tekst te lezen (oorspronkelijke tekst gevonden via http://www.uni-wuerzburg.de/).
De parlementsverkiezingen in 2003 leverden een unieke situatie op. De Centrumpartij onder leiding van
Anneli Jäätteenmäki won de verkiezingen en veroverde 55 zetels. De regerende sociaal-democraten onder leiding van Lipponen behaalden 53 zetels. De unieke situatie, waar net over werd gesproken, bestond uit het feit dat er een vrouwelijke president was die samen met een vrouwelijke premier regeerde. De regering bestond uit de Centrumpartij, de Sociaal-Democraten en de Zweedse Volkspartij. Overigens, een nieuwe unieke situatie ontstond doordat dezelfde vrouwelijke premier ontslag nam wegens het ongeoorloofde gebruik van geheime notulen in de verkiezingsstrijd. Zij heeft slechts 2 maanden gefunctioneerd en is opgevolgd door
Matti Vanhanen, die uiteindelijk in 2010 zelf ook zou opstappen, omgeven door allerlei schandalen. Zijn opvolger werd wederom een vrouw, Mari Kiviniemi. Finland stond weer onder leiding van 2 vrouwen.
In 2006 werd Halonen na een ongemeen spannende strijd met de conservatieve tegenstander Saulu Niinisto in de eerste ronde in de tweede verkiezingsronde herkozen:
Halonen 47,5%
Niinisto 22,8%
Impressie van de viering op 13 mei 1848 in Gumtäkt , toen het volkslied van Finland voor het eerst werd gezongen. Deze schets is van Eero Järnefelt, naar een fresco uit de grote hal van de Universiteit van Helsinki, gemaakt in 1919 en in bezit van het Gyllenberg Fonds. Het origneel is bij een bombardement vernietigd, maar meerdere schetsen zijn overgeleverd. Nog even kort aandacht voor het nationale volkslied. Het nationale volkslied werd voor het eerst gezongen in 1848 door studenten op 13 mei 1848. De Zweedse versie was 2 jaar eerder door Johan Ludvig Runeberg (1804-1877) geschreven. Het werd in de herfst van 1846 voor het eerst gepubliceerd als proloog voor zijn Fänrik Ståls sägner (The Tales of Ensign Stål), dat speelde in de dagen van de Oorlog in 1808-1809.
Reeds verschillende malen hadden componisten geprobeerd om Runebergs werk in muziek te vertalen totdat Fredrik Pacius, van oorsprong Duits, zich er aan waagde. Zijn versie werd alom bekend in Finland. Met name na de vertaling van Paavo Cajander in het Fins (eind 19e eeuw) werd Vårt land geaccepteerd als uiting van nationale gevoelens.
Hieronder volgt een drietalige (Engels, Fins, Zweeds) weergave van de tekst. Klik
hier om de muziek te horen (midi-player noodzakelijk).
Ons landOns land, ons land, ons vaderland,
Oh, laat haar naam duidelijk klinken,
Geen toppen tegen de hemels die daarboven zijn,
Geen zachte dalen of schuimende stranden,
Zijn zo geliefd als wij ons vaderland vereren,
De aarde die ons graafschap mooi houdt.
De bloemen in hun knoppen,
Die gerijpt zullen openspringen;
Zie, vanuit de liefde zal de bloem openen,
Het licht, de vreugde, de hoop, de gloed!
En duidelijker zal op een dag klinken,
Het volkslied dat we zingen!
Our LandOur land, our land, our fatherland,
Sound loud, O name of worth!
No mount that meets the heaven's band.
No hidden vale, no wavewashed strand.
Is loved, as is our native North. Our own forefathers' earth.
Thy blossom, in the bud laid low,
Yet ripened shall upspring.
See! From our love once more shall grow
Thy light, thy joy, thy hope, thy glow!
And clearer yet one day shall ring
The song our land shall sing.
MaammeOi maamme, Suomi, synnyinmaa!
Soi sana kultainen!
Ei laaksoa, ei kukkulaa,
ei vettä rantaa rakkaampaa
kuin kotimaa tää pohjoinen.
Maa kallis isien.
Sun kukoistukses kuorestaan
kerrankin puhkeaa;
viel' lempemme saa nousemaan
sun toivos, riemus loistossaan,
ja kerran laulus, synnyinmaa
korkeemman kaiun saa.
Vårt landVårt land, vårt land, vårt fosterland,
ljud högt, o dyra ord!
Ej lyfts en höjd mot himlens rand,
ej sänks en dal, ej sköljs en strand,
mer älskad än vår bygd i nord,
än våra fäders jord!
Din blomning , sluten än i knopp,
Skall mogna ur sitt tvång;
Se, ur vår kärlek skall gå opp
Ditt ljus, din glans, din fröjd, ditt hopp.
Och högre klinga skall en gång
Vår fosterländska sång.

Deze kaart is in 1919 gebruikt - dank aan René Hillesum voor het beschikbaar stellen van deze illustratie