Ligging -
terug naar bovenFinland is met 338.000 km² ongeveer negen maal zo groot als Nederland en circa elf maal zo groot als België. Op bepaalde plaatsen heeft Finland een lengte van 1160 km en een breedte van 540 km. Buiten IJsland is Finland één van de noordelijkst gelegen landen ter wereld en ligt tussen de 60ste en 70ste breedtegraad. Voor een groot deel wordt Finland omgeven door water. In het zuidoosten is dat de Golf van Finland, in het zuiden de Baltische Zee en in het westen de Botnische Golf. In het oosten grenst Finland over de totale lengte aan Rusland, in het noorden aan Noorwegen en in het noordwesten aan Zweden.
Geologisch gezien -
terug naar bovenGeologisch gezien is Finland al erg oud. Het land dat vroeger een woest berglandschap was, is nu door erosie geëffend. Alleen in het uiterste noorden, in Noorwegen, komt nog een deel van dit hooggebergte voor, dat naar Finland toe in een hoogvlakte overgaat. In de rest van het land heeft de erosie flink werk geleverd en de bergen afgevlakt, en verder heeft de zich terugtrekkende ijskap na de ijstijd heel wat zand- en grindhopen achtergelaten die nu een groot deel van het Finse landschap betalen. Na de ijstijd is het land gaan rijzen wat het nu nog altijd doet langs de kust van de Botnische Golf (9mm per jaar). De kust van Finland heeft een grillige structuur en een groot aantal eilanden, vooral in het zuiden en zuidwesten, waarvan de Åland Eilanden de grootste groep vormt. De rotsen zijn van rood of grijs graniet en zijn niet al te hoog. ER zijn ook veel zandstranden.
Het land der duizend meren -
terug naar bovenIn het binnenland wordt het midden- en oostelijk deel van Finland voornamelijk ingenomen door het merengebied waaraan deze bijnaam is ontleend. De vele meren zijn ontstaan na de ijstijd, toen kuilen en bekkens met het smeltwater werden gevuld (in de discussies over de aantallen meren worden getallen genoemd van 56.000 tot meer dan 187.000, dit is afhankelijk van de definitie van "meer"). Tegenwoordig vormt dit merengebied een gecompliceerd netwerk van duizenden eilandjes, baaien en landtongen en maakt ongeveer 1/3 van het landoppervlak uit. De rivieren en baaien staan vaak onderling in verbinding met elkaar door rivieren en kanalen, beekjes en stroomversnellingen. In het oosten van Finland wordt het grootste merengebied gevormd door het Saimaa-merenstelsel, waarvan de totale lengte van de oevers zo'n 50.000 km bedraagt en waarin zo'n 33.000 eilanden voorkomen.
De zuidkant van het merengebied wordt begrensd door een lange heuvelrug, de Salpausselkä, ongeveer 150 m hoog. Ook elders binnen het merengebied komen heuvelruggen voor, die vij het terugtrekken van het ijs na de ijstijd zijn ontstaan, en nu delen van het merengebied van elkaar scheiden. Meer naar het noorden neemt het aantal meren af, en een duidelijke begrenzing zoals in het zuiden valt hier niet te bemerken. Wel komen er hier grote granietrotsen voor en meer bepaald in de omgeving van Kuusamo, even onder de poolcirkel. Deze geven het landschap een ruig aanzien en vormen een afwisseling in het glooiende terrein. De rotsen in het uiterste noorden, in Lapland, zijn in de ijstijd glad geschuurd en hebben daardoor een bolle vorm gekregen. Deze kale toppen, ook wel 'tunturi's' genoemd, vormen het karakteristieke beeld van Lapland, dat vooral in de meest noordelijke gebieden uitgestrekte toendra's kent. De hoogste tunturi's komen voor in het noordwesten, in de 'arm van Finland'. Een deel van het land dat een wig vormt tussen Zweden en Noorwegen.
Flora en fauna -
terug naar bovenDe flora van Finland wordt gedomineerd door sparren, dennen en berken. In zuid-west Finland, dat het warmste deel van het land is, komen ook loofbomen voor. Naar het noorden toe worden de sparren en dennen lager en verdwijnen uiteindelijk na de sparren- en dennengrens die ter hoogte van Enontekiö loopt. Toch komen, afhankelijk van de plaatselijke omstandigheden, ook boven deze grens sparren en dennen voor. Rond Inari bevinden zich nog uitgestrekte bossen. De voornaamste boom die boven de sparren- en dennengrens voorkomt is de berk, die hier overigens uiterst klein is, niet meer dan een struik. Het 'mildere' zuiden van Finland is een vruchtbaar gebied waar graan- en knolgewassen worden geteeld, hier en daar zelfs fruit. Het koude klimaat in het noorden is hier niet geschikt voor, en landbouwgebieden komen dan ook nauwelijks voor in de noordelijke streken.
In Lapland bestaat de ondergroei van de bossen voor een groot deel uit rendiermos en er komen wat soorten poolbloemen voor. Van de staatsbossen is ruim 42.000 km2 beschermd. In de bossen groeien veel soorten bessen zoals frambozen, bosbessen en vossebessen tot aan de poolgrens. De meren in Finland zijn bedekt met waterlelies. Lapland heeft toendra- en bergbegroeiing. Op de vele rotsachtige eilandjes komen niet veel, maar wel zeer kleurrijke bloemen voor. Margrieten, boterbloemen en korenbloemen komen in het hele land voor. Opmerkelijk zijn ook de vele soorten paddestoelen die door veel Finnen verzameld worden. De noordelijke ligging van Finland is er de oorzaak van dat de dierenwereld niet zoveel soorten telt. In het wild komen beren, wolven (in aantal sterk afgenomen), lynxen, vossen en veelvraten (zeldzaam geworden) voor. De rendierkudden zijn minder talrijk geworden. Karakteristiek voor Lapland is de lemming, die op de hoge, vlakke bergen boven de boomgrens leeft. De beschermde eland komt vooral voor in de Zuidlaplandse woud- en moerasgebieden. Pelsdiersoorten als nertsen, marters en hermelijnen komen in het hele land voor. Er zijn in Finland elf soorten reptielen en kikkers. De adder is de enige giftige slang. Van de ongeveer 350 vogelsoorten die in Finland voorkomen behoren er 230 tot de trekvogels. Arenden en uilensoorten worden streng beschermd. De bossen zijn vogelrijk, met o.a. korhoenders en auerhoenders. In de moeras- en mosgebieden nestelt het sneeuwhoen, aan de kusten de eidereend. In de Finse wateren leven 77 soorten vis, waarvan ongeveer de helft uit zoetwatersoorten bestaat. Veel voorkomend zijn snoek, baars, brasem zalm en forel.
Klimaat -
terug naar bovenDe gedachte dat Finland een koud land is, is slechts gedeeltelijk waar. Finland heeft een gematigd landklimaat, met zomers die over het algemeen droger, zonniger en warmer zijn dan bij ons, en winters die weliswaar koud zijn, maar door de droge lucht heel goed te verdragen. De winters zijn behalve koud ook donker. In Lapland komt de zon gedurende twee maanden bijna helemaal niet op. Deze poolnacht, 'Kaamos', komt in zuidelijker Finland niet voor, daar wordt het nog een aantal uren licht. De overgang naar de zomer vindt via de 'lente' van ca. twee weken plaats. In het noorden begint dit eind mei, in het zuiden iets vroeger. In deze twee weken beginnen de bladeren aan de berkenbomen te groeien en de velden krijgen hun groene kleur terug.
De zomer duurt drie maanden: van juni tot augustus, met juli als warmste maand; de gemiddelde temperatuur is 22°C. De zomerdagen zijn lang. In Lapland gaat de zon gedurende enkele weken helemaal niet onder, maar ook in het zuiden wordt het ook niet echt donker. De nacht is hier slechts een aantal uren schemer.
De herfst is evenals de lente van korte duur. Door de intredende nachtvorst verandert de natuur in een rood, geel en goud kleurenspel. Men spreekt dan van 'Ruska'. Vooral Lapland staat bekend om dit prachtige natuurverschijnsel. Er worden zelfs speciale reizen naar Lapland georganiseerd om de ruska te aanschouwen. De periode waarin dit kan is erg beperkt, want de dagen worden snel kort en plotseling is de winter terug. Bovendien varieert de Ruska met de tijd, afhankelijk van het intreden van de nachtvorsten. In Lapland valt in oktober de eerste sneeuw, in het zuiden iets later.
In oktober en november valt de meeste neerslag, de Finse zomer van juni tot en met augustus is over het algemeen droog en zonnig. In het zuiden valt gemiddeld 650mm, ongeveer te vergelijken met Nederland. Het zuiden is ongeveer vier maanden bedekt met sneeuw, het noorden ongeveer zeven maanden. Het aantal sneeuwdagen varieert van 100 in het zuiden tot 200 in het noorden.
Andere feiten:
- 314.000 km kust
- meer dan 56.000 meren (zie boven)
- 76.000 eilanden
- 650 rivieren